Skip to content

102 Steven

Steven,

Een wandelende lat van een vent, zo mager dat je je afvraagt of hij zijn maaltijden gewoon door zijn neus inademt. En geloof mij, die neus is groot genoeg om dat ook daadwerkelijk te doen. Ergens tussen een parkeerpaaltje en een holbewoner in heeft moeder natuur dit schepsel in elkaar geflanst.

Op het veld is Steven een ware aanwinst, maar dan voor de tegenstander. De man is in staat om voor een leeg doel te staan, de bal te missen, en in dat proces ook nog zijn eigen schoen te verliezen. Niemand weet hoe. Steven zelf ook niet. Tegenwoordig hoef je dat kunstje trouwens niet meer te vrezen, want Steven is vaker geblesseerd dan dat hij speelt. Eerst de pols, gebroken tijdens een borrel. Als je toch nutteloos bent op het veld, kun je dat net zo goed ook thuis zijn. Daarna de schouder, vakkundig gesloopt tijdens Donquiski. Een bal raken, ho maar. Maar een week lang met een gebroken schouder skiën kan hij dan weer wel.

Inmiddels is hij doorgestroomd naar onze technische staf, wat een eufemisme is voor het feit dat niemand hem meer op het veld wil hebben. Als coach legt Steven alles haarfijn uit in zinnen die gemiddeld vier minuten duren en nergens op uitkomen. De man praat alsof hij betaald wordt per seconde stilte. Het team staat inmiddels laatste, wat eigenlijk een prestatie op zich is gezien de hoeveelheid tactische wijsheid die Steven dagelijks over ons uitstort.

Maar buiten dat is Steven een man met klasse. Hij studeerde namelijk in Groningen, zat bij Vindicat, en vergeet dat nooit. Jij ook niet trouwens, want hij vertelt het je graag nog een keer. Zijn vriendin heeft hij versierd via de vereniging, wat eerlijk gezegd zijn slimste zet is geweest want op die manier kon ze moeilijk van hem wegrennen. De Kanniballen heeft er een lang, gebroken, langzaam sprekend fenomeen bij. Zijn neus wijst de weg. De rest volgt.